Prinsjesdag 2026: dit verandert er voor HR
Op Prinsjesdag 2026 presenteerde het kabinet de plannen voor het komende jaar. Voor HR-professionals en werkgevers zijn vooral de ontwikkelingen rond de arbeidsmarkt, sociale zekerheid, zzp’ers, de werkkostenregeling en zakelijke mobiliteit relevant.
Hoewel er weinig grote arbeidsrechtelijke wijzigingen worden aangekondigd, laat de Miljoenennota wel duidelijk zien welke richting het kabinet op wil. Veel plannen moeten nog verder worden uitgewerkt en zijn politiek nog onzeker.
Wat betekent Prinsjesdag 2026 concreet voor HR? We zetten de belangrijkste veranderingen en aandachtspunten op een rij.
De arbeidsmarkt in 2026 en 2027
De arbeidsparticipatie blijft historisch hoog. In 2025 werkte 73,2 procent van de Nederlanders. Tegelijkertijd blijft de werkloosheid laag, met een geraamde werkloosheid van 3,9 procent in 2026 en 4,0 procent in 2027.
Hoewel de spanning op de arbeidsmarkt is afgenomen ten opzichte van de piek in 2022, is er nog altijd sprake van schaarste. In het tweede kwartaal van 2026 stonden er 95 vacatures open per 100 werklozen. Het kabinet constateert daarbij dat dit niet direct betekent dat er voor iedereen een baan is, omdat vraag en aanbod niet altijd op elkaar aansluiten. Het kabinet wil hiermee aan de slag door ervoor te zorgen dat de vaardigheden van werklozen beter aansluiten op de gevraagde vaardigheden in vacatures.
Daar staat tegenover dat Nederlanders relatief weinig uren werken, met gemiddeld 31,9 uur per week. Om meer werken aantrekkelijker te maken, onderzoekt het kabinet maatregelen zoals een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel. Daarnaast werkt het kabinet aan een bredere hervormingsagenda op onder andere het inkomstenbelastingstelsel, het toeslagenstelsel, overige inkomensregelingen en de sociale zekerheid.
Hervorming van sociale zekerheid en arbeidsmarkt
Het kabinet wil het socialezekerheidsstelsel meer activerend maken. In de Troonrede gaf de koning dit een prominente plek met de woorden: “Wie ziek wordt of werkloos, moet niet opgesloten worden in een uitkering. Dat is belangrijk voor mensen zelf, om het stelsel overeind te houden en voor toekomstige welvaart. Nederland heeft iedereen nodig.”
De achterliggende gedachte is dat mensen die kunnen werken sneller en beter moeten worden ondersteund richting werk.
In de Miljoenennota is terug te lezen waarom dit zo’n prominente plek krijgt: het aantal WW-uitkeringen stijgt naar verwachting in 2026 tot boven de 200.000. Tegelijkertijd groeit het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen richting de 900.000. Om mensen sneller naar werk te begeleiden, wil het kabinet in iedere arbeidsmarktregio een Werkcentrum realiseren waar werkgevers, werkenden en werkzoekenden terechtkunnen.
Ook wordt gekeken naar een activerendere inrichting van de WW en arbeidsongeschiktheidsregelingen. Hoe de hervormingen van het stelsel er precies uit gaan zien, moet nog verder worden uitgewerkt. Hierover wil het kabinet afspraken maken met werkgevers en vakbonden in een breed sociaal akkoord. Een uitdaging als je het mij vraagt, nu de vakbonden al langere tijd op ramkoers liggen met het kabinet.
De vakbonden willen dat de bezuinigingen op de sociale zekerheid volledig van tafel gaan. Het kabinet heeft nu slechts uitstel aangekondigd, zodat er ruimte ontstaat voor een inhoudelijk gesprek over de toekomst van de sociale zekerheid.
Ook kinderopvang blijft volgens het kabinet een belangrijk instrument om de arbeidsparticipatie te stimuleren. De uitbreiding van de kinderopvangvergoeding in 2027 wordt gedeeltelijk uitgesteld, maar het kabinet blijft inzetten op een hervorming die meer mensen in staat moet stellen om te werken.
Daarnaast wil het kabinet het wisselen van baan eenvoudiger maken door verdere hervormingen op de arbeidsmarkt.
Productiviteit en talentontwikkeling
Na twee jaren van daling groeide de productiviteit in 2025 met 2,4 procent. Het kabinet verwacht dat deze groei doorzet naar 2,5 procent in 2026 en 1,2 procent in 2027. Omdat het arbeidsaanbod door vergrijzing beperkt toeneemt, moet toekomstige economische groei vooral komen uit hogere productiviteit en een beter gebruik van het beschikbare arbeidspotentieel.Om dit te stimuleren, zet het kabinet onder meer in op:
- Hervormingen op de arbeidsmarkt die de bedrijven- en banendynamiek verbeteren.
- De ontwikkeling van voldoende talent via de Talentstrategie. Met de Talentstrategie richt het kabinet zich op het opleiden en begeleiden van talent van alle opleidingsniveaus voor vier domeinen: digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en life sciences en biotechnologie. Ook het gericht inzetten van buitenlands talent door middel van arbeids-, kennis- en studiemigratie is onderdeel van deze strategie, waarbij tegelijkertijd aandacht is voor het tegengaan van uitbuiting van arbeidsmigranten. De Talentstrategie wordt verder uitgewerkt in samenwerking met onderwijsinstellingen, bedrijven en studenten.
- Een kleinere, efficiëntere en slagvaardigere overheid door minder complexe wet- en regelgeving.
Koopkracht en loonontwikkeling
De lonen stijgen naar verwachting met 4,2 procent in 2026 en 3,8 procent in 2027. Dat resulteert volgens de raming in een stijging van de koopkracht met 0,6 procent in 2026. Voor 2027 wordt een lichte koopkrachtdaling van 0,1 procent verwacht. Om die daling tegen te gaan, reserveert het kabinet middelen voor koopkrachtverbetering.
Daarbij worden de volgende maatregelen aangekondigd:
- Een verhoging van de arbeidskorting met € 173.
- Een verlaging van de belastingtarieven in de eerste en tweede schijf met 0,06 procent.
- Een verhoging van de maximale onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer.
Veranderingen in de sociale zekerheid in 2027
Naast de grote hervormingsagenda zijn op het gebied van sociale zekerheid concrete besluiten genomen:
- De voorgenomen verlaging van het maximumdagloon, op basis waarvan het UWV de maximale hoogte van een uitkering berekent, met 20 procent gaat niet door.
- De voorgenomen koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting gaat niet door.
- De afschaffing van de compensatieregeling transitievergoeding per 1 januari 2027 wordt uitgesteld met één jaar, tot 1 januari 2028.
- De inkorting van de WW van 24 naar 12 maanden wordt uitgesteld naar 1 januari 2029. De overige maatregelen uit het coalitieakkoord om de WW meer activerend te maken, zoals het aanscherpen van de referte-eis, een verhoogde uitkering in de eerste twee maanden en vertraagde opbouw, blijven ongewijzigd en worden ingevoerd vanaf 2030.
- De afschaffing van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten wordt met één jaar uitgesteld naar 1 januari 2029.
Zzp’ers en schijnzelfstandigheid
De discussie rondom zzp’ers blijft een belangrijk HR-dossier. Dit wordt benadrukt nu het kabinet in de Troonrede een nieuwe Zelfstandigenwet aankondigt, die zelfstandigen meer ruimte moet geven om te ondernemen en tegelijkertijd schijnzelfstandigheid tegen moet gaan.
Opvallend is dat koning Willem-Alexander in zijn toespraak expliciet de onzekerheid die heerst bij opdrachtgevers benoemt: “De wet moet rust en duidelijkheid brengen om te voorkomen dat zzp’ers klussen mislopen uit angst van opdrachtgevers voor boetes achteraf.” Dat het een maatschappelijk veelbesproken onderwerp is en tot lastige situaties leidt, wordt hiermee onderstreept.
In het kader van de wetgeving rondom zelfstandigen en schijnzelfstandigheid heeft het kabinet al acties ondernomen. Het verduidelijkingsgedeelte van het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR) is inmiddels ingetrokken. Daardoor blijft de beoordeling van arbeidsrelaties voorlopig gebaseerd op bestaande wetgeving en jurisprudentie. De Belastingdienst blijft ondertussen handhaven op schijnzelfstandigheid.
Wel wordt het voorgestelde rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief lager dan € 38 per uur voortgezet in het wetsvoorstel. Daarnaast werkt het kabinet verder aan de nieuwe Zelfstandigenwet, die het nieuwe beoordelingskader voor arbeidsrelaties moet gaan bevatten. Er wordt gestreefd naar behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste en Tweede Kamer in 2027, zodat de wet op 1 januari 2028 in werking kan treden.
Minder regels voor werkgevers en bedrijven
Het kabinet heeft aangekondigd dat het meer ruimte wil creëren voor mensen en bedrijven door minder regelzucht en controledwang vanuit de overheid. Daarbij focust het op zelfbeheersing bij het maken van nieuwe regels, om zo het stapelen van uitzondering op uitzondering te voorkomen.
Daarnaast wil het kabinet minder regels door het invoeren van een Vereenvoudigingswet. Die wet is gericht op het afschaffen van overbodige regels en wetten. Het doel is dat per jaar minimaal vijfhonderd regels verdwijnen of eenvoudiger worden. Daarmee wordt dit najaar al gestart.
Werkkostenregeling (WKR) in 2027
Voor werkgevers wordt de werkkostenregeling (WKR) verruimd. Over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom stijgt de vrije ruimte van 2,00 procent naar 2,16 procent. Voor het deel van de loonsom boven € 400.000 blijft het percentage 1,18 procent.
De gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten wordt vanaf 2027 afgeschaft.
Mobiliteit en leaseauto’s
Het kabinet zet verdere stappen richting verduurzaming van zakelijke mobiliteit. Voor nieuwe personenauto’s van de zaak die rijden op fossiele brandstof gaat vanaf 1 januari 2027 een pseudo-eindheffing van 12 procent gelden. Voor auto’s die vóór die datum al ter beschikking zijn gesteld aan een van de werknemers geldt overgangsrecht.
Daarnaast vervalt vanaf 1 januari 2028 het verlaagde bijtellingspercentage van 20 procent voor nieuwe elektrische auto’s.
Expatregeling
Het kabinet houdt vast aan de eerder aangekondigde aanpassing van de expatregeling. Vanaf 1 januari 2027 wordt de huidige 30%-regeling een 27%-regeling. Tegelijkertijd worden de salarisnormen verhoogd naar € 50.436 voor reguliere werknemers en € 38.338 voor werknemers jonger dan 30 jaar met een academische mastertitel.
Wat betekent Prinsjesdag 2026 voor HR?
Prinsjesdag 2026 brengt weinig directe arbeidsrechtelijke wijzigingen voor werkgevers, maar laat wel duidelijk zien waar het kabinet de komende jaren op inzet: meer arbeidsparticipatie, meer gewerkte uren, hervormingen van de sociale zekerheid, talentontwikkeling en een beter functionerende arbeidsmarkt.
De woorden van koning Willem-Alexander zijn hierbij tekenend voor Prinsjesdag 2026: “Niet alles kan tegelijk. Niet alles is morgen opgelost.” Voor HR-professionals liggen de grootste aandachtspunten daarom niet zozeer in de maatregelen die morgen ingaan, maar in de ontwikkelingen die de komende jaren te wachten staan.
Tegelijkertijd zijn belangrijke en veelbesproken dossiers, zoals de hervorming van de WW, arbeidsongeschiktheidsregelingen en de positie van zelfstandigen, voorlopig nog in ontwikkeling. Omdat veel voorstellen nog uitgewerkt moeten worden én het minderheidskabinet-Jetten voor veel plannen afhankelijk is van politieke steun, zullen de maatregelen de komende periode nog onderwerp zijn van politieke onderhandelingen.
Welke plannen daadwerkelijk worden gerealiseerd en in welke vorm, zullen we moeten afwachten.
Met welke HR-prioriteiten ga jij 2027 in?
Prinsjesdag geeft richting, maar wat betekenen al deze ontwikkelingen voor jouw HR-agenda in 2027? Misschien spelen er meerdere vraagstukken tegelijk en is juist de vraag waar je moet beginnen.
Met de HR & Organisatie Quickscan krijg je een onafhankelijke blik op HR binnen jouw organisatie. We kijken naar acht samenhangende HR-thema’s, brengen kansen en aandachtspunten in kaart en vertalen die naar duidelijke prioriteiten en concrete aanbevelingen. Zo krijg je scherp waar je in 2027 als eerste mee aan de slag kunt én heb je een stevige basis voor je HR-plannen. Klaar om richting te geven aan je HR-agenda voor 2027?